Een nat voorjaar in 2021: is de droogte nu écht voorbij?

OWASIS nat voorjaar 2021

Het voorjaar en groeiseizoen is dit jaar relatief nat en koud begonnen, in veel kranten staan berichten dat de droogte na zo’n nat voorjaar voorbij is. Andere kranten koppen juist dat de droogte ondanks het natte voorjaar nog niet voorbij is.

De werkelijkheid is minder zwart wit dan een krantenkop. Om antwoord te kunnen geven op de vraag of de droogte nu écht voorbij is, is het in de eerste plaats van belang om helder te hebben wat de impact is van droogte en hoe je droogte in beeld brengt. Wat is de huidige situatie en hoe verwachten we dat de situatie zich ontwikkelt als het de komende maand droog en warm weer is? Deze blog legt uit hoe de droogte in kaart kan worden gebracht en geeft antwoord op deze vragen.

Droogte in beeld

Om droogte in beeld te brengen, spelen verschillende factoren een rol, onder andere de neerslag en verdamping, maar ook de beschikbaarheid van water in de bodem, zoals uit grondwater of bodemvocht zijn van belang. Planten geven een indicatie of er voldoende water beschikbaar is, maar om meer te weten over de werkelijke situatie in de bodem hebben we meer informatie over bodemvocht, beschikbare bodemberging en grondwater nodig.

De impact van droogte is afhankelijk van het type landschap: een extreem droge zomer heeft op een polderlandschap een andere impact dan op de Veluwe. Sommige locaties zijn kwetsbaarder voor onomkeerbare schade dan andere, zoals bijvoorbeeld veengronden of gebieden met kwelafhankelijke natuur. Wanneer je de verschillende hydrologische en meteorologische droogte indicatoren in kaart hebt gebracht is kennis over het landschap nodig om te kunnen beoordelen of een gebied onder deze omstandigheden ‘droogte ervaart’. Het is belangrijk om te weten binnen welke marges deze indicatoren moeten blijven om (onomkeerbare) droogteschade te voorkomen.

Als HydroLogic richten we ons in verschillende projecten en onderzoeken (met verschillende partners) op het gericht verbeteren van de waterbeschikbaarheid vanuit oppervlaktewater en grondwater om zodoende de impact van droogte in Nederland te kunnen mitigeren.

2021 tot nu toe

Het voorjaar van 2021 is relatief nat begonnen met gemiddeld ca. 120 mm neerslag in april en mei tegenover een langjarig gemiddelde van ca. 100 mm (Figuur 1). Er zijn enkele regionale verschillen: in Limburg, Noord-Brabant, delen van Zeeland en de noordelijkste delen van Groningen is minder dan 100 mm neerslag gevallen, terwijl in Flevoland en o.a. delen van Noord-Holland en Friesland ca. 150 – 190 mm neerslag is gevallen.

Neerslag per gemeente voor de maanden april en mei

Figuur 1. Neerslag per gemeente voor de maanden april en mei (HydroNET Radar).

Na 3 droge zomers op rij lijken de grondwaterstanden na een natte periode te herstellen. In de media verschijnen berichten dat de grondwaterstanden weer ‘normaal’ zijn voor de tijd van het jaar. De grondwaterkaart van OWASIS (zie figuur 2) onderschrijft het algemene beeld dat de grondwaterstanden in grote delen van het land ‘normaal’ zijn voor de tijd van het jaar (grijze kleur) of zelfs ‘natter’ dan normaal (blauwe kleur). Echter zijn er op de kaart ook regio’s te zien waar de situatie ‘droger’ is dan normaal (rode kleur), dit is met name in delen van Zuid-Nederland, Oost-Nederland en op de Veluwe.

Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding

Figuur 2. Kaart met relatieve grondwaterstand (links) en kaart met relatieve beschikbare bodemberging (rechts) op 31 mei 2021.

De kaart van de beschikbare bodemberging uit OWASIS onderschrijft eveneens het beeld dat in grote delen van Nederland de situatie in de bodem ‘normaal’ of ‘nat’ is voor de periode in het jaar. De “beschikbare bodemberging” geeft een indicatie voor hoeveel ruimte er nog beschikbaar is in de onverzadigde zone van de bodem, of omgekeerd hoeveel water er aanwezig is in de onverzadigde zone van de bodem.

De kaarten uit het OWASIS-informatieproduct bevestigen het beeld dat in de media wordt geschetst: op basis van meteorologische en hydrologische droogte indicatoren lijkt de droogte voorbij. Toch zijn ook de minder optimistische berichten te begrijpen: dat het droogtebeeld er momenteel goed uitziet betekent niet dat we deze zomer niet alsnog droogte zouden kunnen ervaren. Om dit te kunnen begrijpen kijken we naar de recente droge zomers.

Huidige situatie ten opzichte van 2018 – 2019 – 2020

Na 3 droge jaren is er binnen het door HydroLogic ontwikkelde OWASIS-informatieproduct vergelijkingsmateriaal voor handen. Hoe is de situatie nu op 1 juni ten opzichte van 2018 t/m 2020? Onderstaande kaarten tonen de grondwaterstanden ten opzichte van het langjarig gemiddelde op 1 juni voor 2018, 2019, 2020 en 2021. De jaren 2019 en 2020 springen er duidelijk uit: de neerslagtekorten die zich in de voorgaande zomers voordeden werden niet gecompenseerd in de winter en het voorjaar, met als gevolg zeer lage grondwaterstanden en een grote beschikbare bodemberging aan het begin van de zomer. Deze ‘droge’ uitgangssituatie heeft een grote impact op de waterbeschikbaarheid (uit oppervlakte- en grondwater) voor landbouw, natuur en drinkwater.

Geen alternatieve tekst opgegeven voor deze afbeelding

Figuur 3. Kaarten met relatieve grondwaterstand uit OWASIS op 1 juni 2018, 2019, 2020 en 2021.

Het beeld van 1 juni 2018 is zeer interessant, deze vertoont namelijk meer gelijkenissen met de huidige situatie. In het voorjaar van 2018 begon het groeiseizoen ook relatief nat, er was een aanzienlijk neerslagoverschot en de rivierafvoeren waren uitzonderlijk hoog. Het debiet bij Lobith piekte in januari 2018 tot boven de 7000 m3/s en kwam tot medio juni maar sporadisch onder de 2000 m3/s. Figuur 4 laat zelfs zien dat het debiet bij Lobith op januari 2018 tot aan de bovengrens van het 90e percentiel zit. Als er al zorgen waren dan waren deze in lijn met de Nederlandse historie: ‘hoe voeren we het water zo snel mogelijk af?’ Toch volgde er in 2018 een zomer die de geschiedenisboeken in is gegaan als een van de droogste zomers ooit in Nederland. Hoe verhoudt de huidige situatie zich tot 2018? Wat kunnen verwachten als het de komende maand droog en warm weer wordt?

Debiet bij Lobith in 2018 ten opzichte van de langjarige afvoerstatistiek

Figuur 4. Debiet bij Lobith in 2018 ten opzichte van de langjarige afvoerstatistiek.

Wat als er nu weer een droge zomer aankomt?

De grondwaterbuffer is momenteel op veel plekken groter dan in het voorjaar van 2018. Een grotere buffer betekent dat je een langere periode van droogte kunt overbruggen voordat de grondwater- en bodemvochtcondities leiden tot droogteschade. Toch zijn er ook gebieden waar de grondwaterstanden nauwelijks hoger of zelfs lager zijn dan in 2018. Dit is vooral op de Veluwe, een deel van de Brabantse zandgronden en in delen in Zuid-Limburg het geval. Dit zijn gebieden met relatief ‘langzame’ grondwatersystemen die minder snel aanvullen.

De historische daling van de grondwaterstand (uit metingen of modelsimulaties) geeft mogelijk het beste beeld van wat ons te wachten zou kunnen staan in de toekomst. Door de huidige grondwaterstand te vergelijken met die in het voorjaar van 2018 (de uitgangssituatie in 2018) en vervolgens de daling die toen optrad te projecteren op de huidige uitgangssituatie krijg je op een pragmatische wijze een beeld van wat ons mogelijk te wachten staat mocht het de komende maanden weer extreem droog en warm worden. HydroNET biedt gebruikers in één overzichtelijk platform data en informatie om een dergelijke analyses uit te voeren.

Bovenstaande methodiek is een pragmatische benadering van de impact van een eventuele droge zomer. Het is daarbij ook belangrijk om op te merken dat de afgelopen jaren veel is geïnvesteerd om in het najaar zoveel mogelijk water vast te houden. Op het gebied van inrichting (beekherstel), landgebruik en waterbeheer (opzetten stuwen, afsluiten duikers) zijn we in Nederland volop bezig ons natuurlijke neerslagoverschot beter vast te houden en te bufferen voor droge zomers.

Wanneer een droge zomer zich daadwerkelijk zou voordoen komt het neer op het maken van slimme keuzes om de opgebouwde buffer zo lang mogelijk te behouden. Het verder beperken van de detailontwatering door tijdelijke ingrepen en het afkondigen van beregeningsverboden zijn mogelijke maatregelen.

De maatregelen hebben mogelijk ook nadelige gevolgen, dus wanneer en op welke schaal pas je ze toe? Dat is een vraagstuk waar we nu en in de toekomst mee bezig zullen houden. Het gebruik van de meest actuele droogte informatie zoals OWASIS is hierbij een uitgangspunt om een robuuste methodiek te ontwikkelen voor het toepassen van slim grondwatermanagement.

Fotocredits: Shutterstock – Ruud Morijn Photographer.